Mark Reynaert



Mark Reynaert

(°Dadizele, 19/10/1941) Echtgenoot van Fransien Bekaert, Sperredreef 32, Dadizele.

Geboren en getogen in het “Kernemelkstratje” als 6de in een gezin van zeven kinderen, opgegroeid met spannende verhalen over de oorlog, verteld door oudere broers en buren. Tijdens de gezellige, zomerse avondstonden bij de poort van het gemeentehuis of aan de “blinde muur” van Godelieve Maertens. Vandaar misschien mijn belangstelling voor het volkse, het anekdotische, voor het doorgeven van belevenissen, voor het vertellen “tout court”.

Ik volgde lagere school in Dadizele, dan ging het naar het Sint-Aloysiuscollege in Menen, waar ik de afdeling Latijn-Grieks volgde.
Nadien trok ik naar de Katholieke Universiteit van Leuven waar ik in 1965 het diploma licentiaat-geaggregeerde Hoger Secundair Onderwijs in de Germaanse Filologie behaalde. Mijn thesis handelde over “Sagenonderzoek in het oostelijk deel van het arrondissement Ieper”. Ook hier weer mijn belangstelling voor de volkse vertelkunst. Want de 412 vertellingen die ik verzamelde en bewerkte tekende ik, zoals de gebroeders Grimm met hun sprookjes, op bij oudere mensen die vastgeworteld waren in hun lokale tradities en volksgeloof.
In september 1965 kon ik direct aan de slag als leraar Nederlands-Engels-Duits aan het Sint-Aloysiuscollege in Menen waar ik in september 2000, na 36 jaar werken met jonge mensen in een snel wisselende maatschappij, afscheid nam.

Intussen bleef ik altijd in Dadizele wonen en als vanzelfsprekend eigenlijk geraakte ik bij het socio-culturele leven betrokken – een familietrek misschien; vader stichter-muzikant bij de Ridder Jans Zonen, moeder stichter K.A.V.-Dadizele, broer Robert medestichter K.A.J.-Dadizele, broers-muzikanten, broer-priester. In 1958 stond ik mede aan de wieg van jongenschiro Dadizele, samen met Chris Bekaert, Jeff Dufour, Pol Verborgt en Willy Buysse. In 1967 werd ik secretaris-programmator bij het Davidsfonds en dit tot 1984. Van 1971 tot 1983 was ik voorzitter van het zangkoor Cantabile . Sedert de oprichting tot 2003 was ik lid van de Culturele Raad. Van 1982 tot 1994 was ik plaatselijk correspondent voor het streeknieuws bij de krantengroep Het Nieuwsblad. Mijn aandacht ging vooral naar het “nieuws” brengen over verenigingen, interviews met verdienstelijke figuren en naar artikels met een historische achtergrond. Het grootste deel van mijn vrijetijdsbesteding ging evenwel naar de Konkinklijke Fanfare de Ridder Jans Zonen. Sinds 1953 ben ik spelend lid, sinds 1979 secretaris en reeds serdert hoelang commentator-presentator bij concerten en optredens van de fanfare. Door mijn interesse voor alles wat met Dadizele en geschiedenis te maken heeft, was ik ook aanwezig op de stichtingsvergaderingen van de Heemkundige Kring in 1990 en 1991.
Na het heengaan van bestuurslid Walther Bekaert eind 2002werd mij gevraagd zijn plaats in te nemen, iets wat ik uit genegenheid en als eerbetoon voor mijn goede vriend en medewerker bij zovele gelegenheden, niet kon weigeren.

Daisy - Gerdy - Joël - Mia - Veerle - Paul - Ann L. - Xavier- Alma - Ann V. - Maria- Fransien - Dirk -Jean-Pierre